Partnerpensioen
Bij overlijden heeft de partner van de werknemer recht op partnerpensioen.
Partner
Onder 'partner' wordt verstaan:
- de echtgenoot of echtgenote
- degene met wie een geregistreerd partnerschap bestaat
- degenen met wie de werknemer een notariële samenlevingsovereenkomst heeft, waarin staat dat beide partners een gezamenlijke huishouding voeren en voor elkaar zorgen. Daarnaast moeten beide partners op hetzelfde adres bij de gemeente staan ingeschreven
Let op: om in aanmerking te komen voor partnerpensioen ná pensionering moet het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de notariële samenlevingsovereenkomst vóór pensionering zijn aangegaan.
Opbouw
Jaarlijks bouwt de werknemer 0,42% van zijn jaarloon op aan partnerpensioen. Het jaarloon is het bruto jaarloon op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen (loon Wfsv). Dit is inclusief toeslagen, overwerk en dertiendemaanduitkering.
De werknemer bouwt extra partnerpensioen op. Dit is jaarlijks 0,7% over het fulltime jaarloon Wfsv minus de franchise. Dit wordt vermenigvuldigd met het parttimepercentage. Over het loon boven het maximumloon Wfsv wordt geen partnerpensioen opgebouwd. De opbouw van het partnerpensioen stopt als de werknemer met (pre)pensioen gaat. Kijk voor het franchisebedrag en het maximumloon bij Premies.
Overlijden vóór pensionering
Overlijdt een werknemer vóór hij of zij met pensioen is, dan heeft de partner recht op partnerpensioen. Dit pensioen gaat in op de eerste dag van de maand na het overlijden en eindigt als de partner zelf overlijdt. Het partnerpensioen bestaat dan uit:
- het te bereiken partnerpensioen op de pensioenrichtleeftijd van 62 jaar (als de werknemer tot het moment van overlijden in de bedrijfstak werkt), óf
- het opgebouwde partnerpensioen (als de werknemer op het moment van overlijden niet meer in de bedrijfstak werkt)
Overlijden na pensionering
Bij overlijden na pensionering ontvangt de partner het partnerpensioen dat tijdens de deelname aan de pensioenregeling is opgebouwd.
Bijzonder partnerpensioen
Bij beëindiging van het huwelijk, van de notariële samenlevingsovereenkomst of het geregistreerd partnerschap heeft de ex-partner recht op een deel van het opgebouwde partnerpensioen. Dit wordt bijzonder partnerpensioen genoemd. Dit pensioen wordt berekend over het ouderdomspensioen dat uw werknemer heeft opgebouwd tot de beëindiging van het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de notariële samenlevingsovereenkomst.
De ex-partner moet na overlijden van de (oud-)werknemer zelf het bijzonder partnerpensioen aanvragen. Als het pensioenfonds in bezit is van de gegevens van de ex-partner, wordt automatisch een aanvraagformulier toegestuurd.
Uitruilen pensioensoorten
Het is mogelijk om pensioensoorten voor elkaar uit te ruilen en zo een hoger of lager ouderdomspensioen, prepensioen of partnerpensioen te krijgen. Meer hierover leest u bij Binnenkort met pensioen.