Partnerpensioen
Bij overlijden heeft de partner van de werknemer recht op partnerpensioen.
Partner
Onder 'partner' wordt verstaan:
- de echtgenoot of echtgenote
- degene met wie een geregistreerd partnerschap bestaat
- degene met wie de werknemer een notariële samenlevingsovereenkomst heeft, waarin staat dat beide partners een gemeenschappelijke huishouding voeren en voor elkaar zorgen. Daarnaast moeten beide partners op hetzelfde adres bij de gemeente staan ingeschreven
Let op: om in aanmerking te komen voor partnerpensioen ná pensionering moet het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de samenlevingsovereenkomst vóór pensionering zijn aangegaan.
Opbouw
Jaarlijks bouwt de werknemer 1,26% partnerpensioen op over zijn pensioengrondslag. De pensioengrondslag is het bruto jaarloon op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen (loon Wfsv) minus de franchise. Dit is inclusief toeslagen, overwerk en dertiendemaanduitkering..
Over het loon boven het maximumloon Wfsv kan de werknemer geen partnerpensioen meer opbouwen. De opbouw van het partnerpensioen stopt als de werknemer met pensioen gaat. Kijk voor het franchisebedrag en het maximumloon bij Premies.
Overlijden vóór pensionering
Overlijdt een werknemer vóór hij of zij met pensioen is, dan heeft de partner recht op partnerpensioen. Dit pensioen gaat in op de eerste dag van de maand na het overlijden en eindigt als de partner zelf overlijdt. Het partnerpensioen bestaat dan uit:
- het te bereiken partnerpensioen op de pensioenrichtleeftijd van 62 jaar (als de werknemer tot het moment van overlijden in de bedrijfstak werkt), óf
- het opgebouwde partnerpensioen (als de werknemer op het moment van overlijden niet meer in de bedrijfstak werkt)
Overlijden na pensionering
Bij overlijden na pensionering ontvangt de partner het partnerpensioen dat er tijdens de deelname aan de pensioenregeling is opgebouwd.
Bijzonder partnerpensioen
Bij beëindiging van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap heeft de ex-partner recht op een deel van het opgebouwde partnerpensioen. Dit wordt bijzonder partnerpensioen genoemd. Dit pensioen wordt berekend over het ouderdomspensioen dat is opgebouwd tot de beëindiging van het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de notariële samenlevingsovereenkomst.
De ex-partner moet na overlijden van de (oud-)werknemer zelf het bijzonder partnerpensioen aanvragen. Als het pensioenfonds in bezit is van de gegevens van de ex-partner, wordt automatisch een aanvraagformulier toegestuurd.
Uitruilen pensioensoorten
Het is mogelijk om pensioensoorten voor elkaar uit te ruilen en zo een hoger of lager ouderdomspensioen of partnerpensioen te krijgen. Meer hierover leest u bij Binnenkort met pensioen.